Kort

  •  We zijn op zoek naar medewerkers voor Wo2.nl, interesse? Mail naar Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
  • Wo2.nl is vernieuwd
  • We zijn nog druk bezig met het overzetten van alle informatie van de oude site.
  • Nieuws over herdenkingen voor op deze website? Belangrijke data? Nieuws? Geef het door!
 
Hoofdpagina arrow Artikelen arrow Personen arrow Zhukov, Georgi Konstantinovich
Zhukov, Georgi Konstantinovich PDF Afdrukken

Rus. Георгий Константинович Жуков
Sovjetbevelhebber, Maarschalk van de Sovjet-Unie

  • 1 december 1896, Strelkovka - † 18 juni 1974, Moskou

 

Jeugd

Op 1 december 1896 (Gregoriaanse kalender, 19 november op de Juliaanse kalender) werd Georgi Zhukov geboren in Strelkovka (Kaluga provincie, onder Moskou), als kind van de arme schoenmaker Konstantin Andreyevich en zijn vrouw Ustinya Artemyevna. Hij was het tweede kind, zijn zus Masha was 2 jaar ouder dan Georgi, zijn jongere broertje Alexej overleed toen hij 12 maanden oud was aan ondervoeding. Het gezin woonde in een klein huisje met twee ramen, waarvan na enige tijd het dak in zou storten, met als gevolg dat het gezin Zhukov in de schuur moest wonen. Zhukov’s vader Konstantin was werkloos en daardoor vaak weg, waardoor Zhukov’s moeder in haar eentje zorg moest dragen voor het gezin. Georgi kreeg les op de parochieschool en verliet deze in 1906 met uitstekende cijfers. Na van de parochieschool te zijn gekomen werd Georgi naar zijn oom Michail Pilikhin in Moskou gestuurd, waar deze bontwerker was en Georgi zodoende aan een baantje kon helpen. In Moskou werkte Zhukov 11 uur per dag, sliep hij op de fabrieksvloer en woonde hij de avondschool bij.

 

Voor de Tweede Wereldoorlog

In 1914 breekt de Eerste Wereldoorlog uit en op 9 augustus 1915 moet Zhukov zich melden voor militaire dienst. Hij wordt ingedeeld bij de Cavalerie wat hem zeer verheugde. Begin augustus 1916 wordt het regiment van Zhukov toegewezen aan de 10e Cavalerie Divisie, die op dat moment strijd leverde aan het front bij Kharkov. Hier kwam Zhukov voor het eerst in aanraking met oorlog. Hij verwierf tijdens WOI twee St.George-kruisen (de Russische equivalent van the Purple Heart).

In 1917 ging het slecht met Rusland, de bevolking leed onder het regime van de Tsaar, de oorlog vorderde niet en vergde het uiterste van de Russen. Door het hele land brak de Revolutie uit. In februari 1917 bereikte de Revolutie ook het regiment van Zhukov. Ondersteund door arbeiders met Rode Vlaggen die om het aftreden van de Tsaar riepen werden de Tsaristische officieren afgezet en gevangen genomen en werd het bevel overgenomen door een soldatencomité, waarin Zhukov werd gekozen tot voorzitter. Dit comité was oorspronkelijk Bolsjewistisch, maar nadat de Bolsjewieken zich tegen de Provisionele Regering van Kerensky hadden uitgesproken namen de Mensjewieken en later Oekraïnsche nationalisten het bevel over. Zhukov moest onderduiken, omdat hij als Bolsjewiek gevaar liep door de nationalisten gevangen genomen te worden. Na enige tijd weet hij echter Moskou te bereiken, dat reeds in handen van de Bolsjewieken was gevallen.
Na een poos uitgeschakeld te zijn geweest als gevolg van tyfus sloot Zhukov zich in augustus 1918 aan bij het Rode Leger van Arbeiders en Boeren (RKKA) en werd hij ingedeeld bij het 4e Moskouse Cavalerie regiment. Het Rode Leger streed door geheel Rusland tegen een mengeling van vijandelijke troepen; Duitsers, Amerikanen, Oostenrijkers, Tsjechen, verschillende nationalistische groeperingen en (vooral) de Tsaristische Witten. In september 1919 raakte Zhukov tijdens gevechten tegen de Witten zwaar gewond en was zodoende genoodzaakt om een lange periode rust te nemen. Deze tijd gebruikte Zhukov om een Cavalerie-cursus voor toekomstige Rode Commandanten te volgen. Na de cursus kwam Zhukov als officier terug op het strijdtoneel, waar hij het bevel voerde over verschillende eenheden. Halverwege 1921 waren de Witten zo goed als verslagen en raakte de Russische Burgeroorlog op zijn eind.
Nadat de vijandelijkheden waren gestaakt besloot Zhukov in dienst te blijven. Hij maakte snel carrière, doorliep verschillende cursussen en steeg snel in de gelederen van het Rode Leger. Rond 1930 had Zhukov het geschopt tot adjudant van Generaal Semyon Budenny, waardoor hij nauw betrokken raakte bij het hoogste bevel van het leger. In 1937 werd Zhukov aangesteld als commandant van het IIIe Cavalerie Legerkorps. Tegelijkertijd begon één van de donkerste perioden die de Sovjet Unie heeft gekend, Josef Stalin wantrouwde iedereen in zijn omgeving en de Grote Zuiveringen werden gestart. In deze periode van terreur werd het Rode Leger vrijwel geheel ontdaan van haar bevel. Van de 5 maarschalken werden er 3 vervolgd (M.I. Tukhashevsky, V.K. Blücher en A.I. Egorov), 13 van de 15 Legercommandanten werden gezuiverd, 57 van de 85 Corpscommandanten en 110 van de 195 Divisiecommandanten konden niet aan de hand van Stalin ontsnappen.
Waarom Zhukov de zuiveringen ontliep is niet duidelijk. Een mogelijke reden kan zijn dat hij zich al in 1919 aansloot bij de Communistische Partij (na in 1918 al bij het Rode Leger te zijn gegaan), wat hem tot een Communist van het eerste uur maakte. Dit in tegenstelling tot een groot aantal overige commandanten, die pas veel later lid werden van de Communistische Partij. Een andere mogelijke reden voor het ontlopen van zuiveringen kan zijn dat Stalin een zwak had voor Cavaleriecommandanten en in het bijzonder Cavaleriecommandanten met wie hij (Stalin) zij aan zij heeft gevochten in de Russische Burgeroorlog. Dit was zeker het geval bij Zhukov, die Stalin leerde kennen bij gevechten aan het Zuidwestfront.
In 1938 werd Zhukov naar het Verre Oosten gestuurd, waar hij werd aangesteld als bevelhebber van het 1e Sovjet-Mongoolse Leger, dat aan de grens van Mantsjoerije tegenover het Japanse Kwantung Leger stond. Wat begon als een kleinschalig grensconflict mondde al snel uit in een werkelijke oorlog. De Japanners planden grootschalige aanvallen op de Sovjet-troepen. Zhukov liet een klein boekje drukken waarin werd vermeldt wat Sovjet-soldaten dienden te weten van defensieve oorlogsvoering. Dit boekje liet hij vervolgens droppen boven Japans gebied, om zo de illusie te wekken dat de Sovjets zich aan het ingraven waren. In werkelijkheid plande Zhukov een grootscheepse aanval. Ondersteund door infanterie en gemotoriseerde artillerie maakten twee tankbrigades een tangbeweging en sneden de Japanse troepen af van de bevoorrading. Het gehele Japanse 6e Leger werd omsingeld en binnen enkele dagen was de tegenstand gebroken. Zhukov werd hiervoor onderscheiden met de titel Held van de Sovjet Unie en de bijbehorende gouden ster. De Japanners waren zo onder de indruk van de capaciteiten van het Rode Leger dat de prioriteiten werden verschoven van het vaste land in Azië, naar de eilandengroepen in de Stille Oceaan.

 

Tweede Wereldoorlog

Na zijn terugkomst uit het Verre Oosten werd Zhukov opgenomen in de Generale Staf van het Rode Leger. Toen op 22 juni 1941 operatie Barbarossa van start ging en Nazi-Duitsland de Sovjet Unie overspoelde, verkeerde de top van de USSR in schok. Er werd te laat gereageerd op de Duitse aanvallen, waardoor het Rode Leger onder de voet werd gelopen. In het najaar van 1941 hadden de Duitsers Leningrad bereikt. De stad werd belegerd door de Duitse troepen en stond op het punt te vallen. Zhukov werd door Stalin naar het Leningrad Front gestuurd om orde op zaken te stellen. Met behulp van de plaatselijke bevolking maakte Zhukov van Leningrad een onneembare vesting, die de Duitse aanvallen kon weerstaan.
In oktober 1941 waren de Duitsers Moskou dicht genaderd en Zhukov werd door Stalin naar de Russische hoofdstad gehaald. Hij verving generaal Ivan Konev als bevelhebber van het Westfront en kreeg de volledige verantwoordelijkheid voor de verdediging van Moskou op zich. Hij liet versterkingen uit Siberië aanrukken om de druk op de hoofdstad te verlichten. Op 6 december 1941 lanceerde Zhukov een grootscheepse tegenaanval op de uitgeputte Duitse troepen. Hij slaagde erin om een omsingeling van de hoofdstad te voorkomen en dreef grote delen van het Duitse front terug. De Duitsers zouden nadien nooit meer zo dichtbij een inname van Moskou komen als ze begin december 1941 geweest waren.
Toch was niet overal de Duitse druk verminderd. In het zuiden van de USSR waren de Duitse troepen opgerukt tot aan Stalingrad, een plaats die op de scheiding van Europa en Azië lag, aan de oevers van de Volga. Stalin vreesde dat de stad die zijn naam droeg zou vallen en besloot op 23 juli 1942 generaal A.M. Vasilevsky samen met Zhukov namens de Stavka naar de stad te sturen om orde op zaken te stellen. Beide mannen werkten daar samen met de plaatselijke commandanten aan operatie Uranus, dat tot doel had Stalingrad te ontzetten. Op 19 november 1942 ging Uranus van start. De flanken van het Duitse front werden overlopen en de val sloot zich rond het 6e Leger van Generalfeldmarschall Friedrich Paulus. Op 2 februari 1943 gaf het 6e Leger zich over en werd Von Paulus de eerste Duitse veldmaarschalk die levend in handen van de vijand gevallen was.
Zhukov was op 18 januari 1943 gepromoveerd tot Maarschalk van de Sovjet Unie. Hij werd naar Leningrad gestuurd om operatie Iskra (vonk) te ondersteunen, een operatie die een eind moest maken aan de lange belegering van de stad. Op 12 januari 1943 ging de operatie van start en werd de blokkade van Leningrad na 900 dagen opgeheven. De stad had enorm onder de Duitse druk geleden, maar was niet in Duitse handen gevallen.
Eind 1943 werd Zhukov in de Oekraïne ingezet om daar de acties van het 1e Oekraïnsche Front van generaal Vatutin en het 2e Oekraïnsche Front van Maarschalk Konev te ondersteunen. Op 29 april 1944 raakte generaal Vatutin ernstig gewond, toen hij naar het front reed. Zhukov nam op 1 maart het bevel van het 1e Oekraïnsche front over. Op 15 mei werd hij door Konev vervangen als bevelhebber van het 1e Oekraïnsche Front en Zhukov werd commandant van Groep B, dat het 1e en 2e Witrussische Front omvatte, dat in operatie Bagration grote delen van Wit-Rusland heroverde. Op 16 november 1944 werd hij benoemd tot commandant van het 1e Witrussische Front. Met deze legergroep zou Zhukov oprukken door Polen en Oost-Pruisen tot aan de Oder, vanwaar de aanval op Berlijn zou beginnen. Zijn persoonlijke vriend generaal Rokossovsky werd benoemd tot commandant van het 2e Witrussische Front.
De aanval op Berlijn zou een race worden tussen het 1e Witrussische Front van Zhukov en het 1e Oekraïnsche Front van Konev. Op 16 april 1945 o klokslag 5 uur ‘s ochtends gaf Zhukov opdracht om de aanval te laten beginnen. Met een massaal artilleriebombardement op de voorste Duitse stellingen werd de aanval ingeluid. Zhukov’s troepen dienden eerst de Seelöwer hoogten in te nemen voordat Berlijn kon worden aangevallen. Dit was echter lastiger dan gedacht, omdat Duitse troepen van het Vistula-Front onder generaal Heinrici zich hadden teruggetrokken naar een tweede verdedigingslinie en zo het effect van het artilleriebombardement tot een minimum beperkt hadden. Ondertussen stevende het 1e Oekraïnsche Front op Berlijn af, de troepen van Konev stonden al in de voorsteden van Berlijn toen Zhukov de Seelöwer Hoogte veroverde. Toen greep Stalin in, hij liet Konev halt houden en gunde de eer van de inname van de hoofdstad aan Zhukov. Stalin wilde dat de Duitse hoofdstad voor 1 mei (de dag van de arbeid) in handen van de Russen was. Op 30 april bereikten Zhukov’s troepen de Reichstag in het centrum van Berlijn en plantten er hun Rode Overwinningsbannier, Berlijn was in handen van de Sovjets. Op 24 juni 1945 kreeg Zhukov de eer om de Overwinningsparade op het Rode Plein in Moskou af te nemen. Op een wit paard werd hij binnengereden en werd hij als de overwinnaar toegejuicht.

 

Na de Tweede Wereldoorlog

Na de oorlog was Zhukov een periode vertegenwoordiger van de Sovjet Unie in de Duitse bezette gebieden. In 1946 werd hij benoemd tot bevelhebber van de Sovjet Strijdkrachten. Dit was echter van korte duur. Stalin vreesde de enorme populariteit die zijn bevelhebbers genoten en Zhukov werd weggepromoveerd naar het onbelangrijke Odessa Militaire District. Na Stalin’s dood in 1953 werd Zhukov door Nikita Chroesjtsjov gerehabiliteerd en werd plaatsvervangend Minister van Defensie. In 1955 werd hij zelf Minister van Defensie. Zhukov was eind 1953 betrokken bij de arrestatie en executie van Lavrenty Beria, het hoofd van de NKVD en de man achter Stalin’s grote terreur. In 1957 werd Zhukov gekozen in het Presidium van het Centraal Comité van de KPSU. Later dat jaar kreeg Zhukov een conflict met Chroesjtsjov en werd hij uit zijn functie ontheven. Chroesjtsjov claimde later dat Zhukov een coup plande en dat de reden van zijn ontslag was. Na Chroesjtsjov’s dood in 1964 werd Zhukov nogmaals gerehabiliteerd, maar hij kreeg geen positie meer toegewezen. Hij bracht zijn laatste jaren door met het schrijven van zijn memoires (die door censuur verschillende malen aangepast dienden te worden).
Op 18 juni 1974 overleed Maarschalk Georgi Konstantinovich Zhukov in Moskou. Hij werd met volle militaire eer begraven in de Kremlinmuur aan het Rode Plein in Moskou. Zhukov is vier maal onderscheiden met de titel Held van de Sovjet Unie, alleen Leonid Brezjnev heeft dit aantal kunnen evenaren. Op het Rode Plein voor het Historisch museum staat nog altijd een groot standbeeld van Zhukov op het paard waarmee hij de Overwinningsparade af heeft genomen.

 

Onderscheidingen

o.a.

  • 4 x Held van de Sovjet Unie
  • 6 x Orde van Lenin
  • 2 x Orde van de Overwinning
  • Orde van de Oktober Revolutie
  • 3 x Orde van de Rode Bannier
  • 2 x Orde van Suvorov, 1e klasse
  • Orde van Bath
  • Legion of Merit
  • Virtuti Military
  • Held van de Mongoolse Volksrepubliek


Auteur: Erik Versteeg ("Zhukov ").
 
< Vorige
Copyright© and/or Some Rights Reserved 2000-2010 Wo2.nl