Kort

  •  We zijn op zoek naar medewerkers voor Wo2.nl, interesse? Mail naar Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
  • Wo2.nl is vernieuwd
  • We zijn nog druk bezig met het overzetten van alle informatie van de oude site.
  • Nieuws over herdenkingen voor op deze website? Belangrijke data? Nieuws? Geef het door!
 
V-bommen op Antwerpen PDF Afdrukken
Artikel index
V-bommen op Antwerpen
Pagina 2
 
Het Antwerpse havengebied was van levensbelang voor de geallieerde legers in West-Europa. Het front werd steeds breder naarmate de oorlog vorderde en de haven van Cherbourg, die sinds juni 1944 bijna de enige aanvoerlijn voor de geallieerden was, kon de steeds toenemende vraag voor ravitaillering niet meer aan. Op 4 september werd Antwerpen en haar haven intact veroverd door Britse troepen. Duitsland zou snel inzien wat een blunder er was gemaakt door de haveninstallaties niet te vernietigen. 


Inhoud



De bevrijding

De Duitse troepen in Antwerpen stonden sinds 5 juni 1944 onder het bevel van Generalmajor Graaf Christof Stolberg-zu-Stolberg. 15 à 17.000 onervaren Duitse soldaten en enkele 75 -en 88mm-Flakbatterijen stonden in september '44 in voor de verdediging van Antwerpen. Echte verdedigingswerken waren er niet aangelegd, buiten wat prikkeldraad en 'Rommel-Asperges' in de weilanden rond de stad. Ook waren er explosieven aan de belangrijkste bruggen en kademuren in de haven geplaatst. Op 1 september 1944 klonk het op de BBC-radio: "Pour François la lune est claire". Dit was het teken voor de verzetsgroepen die zich in de haven hadden verschanst om de Duitse troepen in het havengebied aan te vallen. Onder leiding van Eugène Colson werden verschillende strategische punten veroverd. Na drie dagen van guerrilla-acties hoorde het verzet en de rest van de Belgische bevolking op BBC het verlossende nieuws dat Britse troepen om half twee de Belgische grens hadden overschreden. Diezelfde dag nog, 3 september, werd Brussel bevrijd.
 
De Duitse verdediging van Antwerpen was in het westen steeds meer verbeterd. Er zat de Britse 11th Armoured division niets anders op dan vanuit het zuiden de stad binnen te trekken, via Boom. Dankzij hulp van de Belgische verzetsbewegingen kon de divisie zonder al teveel tegenstand de Scheldestad bereiken. Uiteindelijk kwamen de Britten tot stilstand aan het Albertkanaal.Omdat er geen orders van bovenaf waren, weigerden de Britten verder te trekken. De verzetsmannen in het havengebied stonden er nog steeds alleen voor en leden steeds zwaardere verliezen. Op het einde van de 4e september werden er 87 doden en 114 gewonden geteld.
 
Door de stilstand van het Britse leger, slaagde een heel Duits leger erin te ontsnappen van het schiereiland Walcheren. Er kan vanuit gegaan worden, dat, als de Britten 50km verder noordwaarts waren opgerukt die 4e september, heel de ontsnappingsroute van het Duitse 15e leger afgesneden had kunnen worden.
 
Dankzij het werk van het verzet viel de haven intact in Britse handen. Tot begin oktober werd er slag geleverd aan het Albertkanaal, waar steeds meer slachtoffers te betreuren waren. Een tragisch incident vond op 6 september plaats in de elektriciteitscentrale van Merksem. Begin oktober pas werden de gemeentes ten noorden van Antwerpen bevrijd. De Scheldemonding was nog steeds bezet door Duitse troepen, en pas na een Canadese landing bij Vlissingen begin november kon begonnen worden met het verder opruimen van de monding.
 
Op 28 november trok het eerste konvooi schepen door de vrijgemaakte rivier en bereikte Antwerpen.
 

De eerste V-bommen op Antwerpen

Op 7 oktober 1944 sloeg om 22u een V2-bom in op Brasschaat, een gemeente ten noordoosten van Antwerpen. Zes dagen later, de 13e, viel de eerste V-bom in Antwerpen-stad. Een V-2 stortte zich in een gebouw in de Schildersstraat, vlakbij het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten. 32 mensen kwamen om, 45 personen werden gewond en diverse kunstschatten in het museum werden zwaar beschadigd. De Geallieerden hadden het door: Duitsland zou de Antwerpse haven niet zomaar aan hun vijand overlaten.
 
Veldmaarschalk B.L. Montgomery's 21ste legergroep zond een dringend verzoek aan SHAEF: "Antiaircraft, preferably from among those units which fought so well in England." Er stond heel wat op het spel voor de geallieerden, en in alle haast werden er Amerikaanse en Britse luchtafweereenheden onttrokken van hun vorige taken, om te dienen in het 'Anti-Flying Bomb Command Antwerp X', een groots opgezette operatie waarin luchtafweerbatterijen Antwerpen en haar haven zoveel mogelijk tegen V1- bommen moesten beschermen. Tegen de V2 was niets te beginnen met de middelen die tijdens de Tweede Wereldoorlog voorhanden waren, dus het was dubbel zo belangrijk om zoveel mogelijk van de talrijkere V-1's te stoppen. De Amerikaanse 50ste en 56ste AAA (Anti-Aircraft Artillery) brigades en de Britse 80ste AA brigade werden onder het bevel geplaatst van de Amerikaanse Brigadier General Clare H. Armstrong, voorheen alleen aanvoerder van de 50ste AAA Brigade. De 50ste was al actief geweest tijdens de verdediging van Engeland, en zou later in het derde leger van Generaal Patton moeten dienen bij de luchtverdediging van Parijs.
 

Antwerp X in werking

De verschillende batterijen hadden in het grootste geheim stelling genomen ten zuidoosten van Antwerpen. De eerste neergehaalde V1's werden gerapporteerd op 27 oktober 1944. In de beginnende weken bleek Antwerp X bijzonder oneffectief. Er waren te weinig eenheden voorhanden en de weinige batterijen waren opgesteld in één enkele gordel. Geraakte een V1 door die ene gordel, betekende dit vele slachtoffers in Antwerpen. De stad kreeg niet voor niets de naam 'city of sudden death'.
 
Het centrum van Antwerp X lag in Hotel Grand Veneur in Keerbergen, een dorpje op ongeveer 40km ten zuidoosten van Antwerpen. Hier kwamen al de gegevens van verschillende radar -en observatieposten samen. Indien het hoofdkwartier in Keerbergen het nodig achtte, werden er enkele batterijen in alle haast verplaatst om zo snel mogelijk de binnenkomende V1 te onderscheppen.
 
Pas begin december arriveerden er aanvullende eenheden voor Antwerp X en werden er meerdere verdedigingsgordels achter elkaar opgezet. In de eerste gordel werd het zwaardere geschut geplaatst, terwijl de lichtere, automatische kanonnen in de laatste stelling namen. Dit omdat pas wanneer de V1 de laatste gordel had bereikt, ze binnen bereik van het lichter geschut vloog. Op 2 december kregen de nieuwe eenheden het al zwaar te verduren, toen er 50 V1's uit de richting van Trier op Antwerpen werden afgevuurd.
 
De schutters van Antwerp X hadden slapeloze nachten in hun ijskoude posities. Ze konden het zich niet permitteren om tijdens dag of nacht onoplettend te zijn, elk moment kon er immers een V1 komen aanvliegen. Het was steeds een immense verlossing voor de artilleristen wanneer zij afgelost werden en naar hun gastgezin konden terugkeren. De Amerikaanse Kolonel Jerry Barkie herinnerde zich nog: "Wij waren ingekwartierd in de boerderij van de familie Vercammen bij Lier. De dochter des huizes, Mia, deed er alles aan om het ons het naar onze zin te laten hebben daar, dit zelfs terwijl haar man tijdens ons verblijf neergeschoten werd door Duitsgezinden omdat hij bij het verzet zat."
 
In de nacht van 15 op 16 december begon het Duitse leger operatie Herbstnebel, een offensief in de Ardennen, samen met nieuwe lanceringen op Antwerpen. De geallieerde legerleiding zat met de handen in het haar. Enerzijds moesten al de beschikbare eenheden naar de Ardennen om daar het Duitse offensief te stoppen, terwijl anderzijds extra eenheden nodig waren voor de verdediging van Antwerpen. Er werden nu immers ook V1's afgevuurd vanuit noordoostelijke richting, en die lanceringen waren tot 25 procent nauwkeuriger dan die vanuit het zuidoosten. Er werd gekozen voor een betere spreiding van de batterijen, zodat er zeven bataljons gemist konden worden voor inzet in de Ardennen.
 
Tegen 10 januari 1945 was het gevaar in de Ardennen geweken en keerde het gros van de aanwezige luchtafweerbataljons terug naar hun stellingen rond Antwerpen. De eerste eenheden begonnen nu ook stellingen in Nederland in te nemen, zodat er sommige bommen veel vroeger gestopt konden worden. Tussen Antwerpen en Breda waren er nu vijf gordels gevormd. Op 1 januari was een wanhopige Duitse luchtaanval gestopt door de kanonnen van Antwerp X. De Luftwaffe had 11 vliegtuigen, voornamelijk bommenwerpers, verloren.
 
Januari liep ten einde, en V1's werden nu ook gelanceerd vanuit het noorden. Enkele verdedigingsgordels werden nu onttrokken vanuit de lijn Antwerpen-Breda om de noordelijke aanvallen tegen te houden. De laatste Duitse lanceringen waren zó nauwkeurig dat 90 procent van de afgevuurde projectielen doel had kunnen raken, tenminste, als er geen luchtafweer was geweest. De schutters van Antwerp X werden steeds geoefender. Gemiddeld 70 procent van de afgevuurde bommen kon worden neergehaald, terwijl in de beginfase van de operatie amper 60 procent werd gehaald. Montgomery had Generaal Armstrong begin november als doel gesteld om de helft van de binnenkomende V1's neer te halen en indien hij hier in slaagde, had de operatie al als een 'overweldigend succes' beschouwd mogen worden.
 

Ondertussen in Antwerpen

Teniersplaats Terwijl de luchtafweer rond Antwerpen haar uiterste best deed de stad en haar haven zoveel mogelijk van V1's te vrijwaren, was het leven in het centrum sterk veranderd. De burgers liepen steeds over straat met de gedachte dat zij elk moment slachtoffer konden worden van een 'vliegende bom'. Hoewel het gevaar voor de V1's sterk beperkt was, bleven de V2's een reëel gevaar. Op 27 november beleefde Antwerpen een zeer zwarte dag. Om 11 uur werd het schoolgebouw van de 'Dames van het Christelijk Onderwijs' in de Lange Niewstraat getroffen. Er werden 18 doden en 67 gewonden geteld. Enkele uren later, in volle middagpiek, sloeg een V2 in op het kruispunt Teniersplaats, De Keyserlei, Frankrijklei. Net op dat moment bevond er zich een militair konvooi en reden er enkele trams langs. De trieste balans: 128 burgers en 26 militairen kwamen om en 300 gekwetsten werden afgevoerd. De uitbater van een kledingwinkel in een gebouw dat sterk beschadigd werd, overleefde als bij wonder.

In de haven bleven de dokwerkers trouw op post, ze konden nu immers van een vergoeding genieten als ze bleven werken onder de V-bommenregen. Dankzij dit 'Bibbergeld' bleef de Antwerpse haven, hoewel sterk gebombardeerd, volledig ten dienste van de geallieerde legers in West-Europa.
 

 
Copyright© and/or Some Rights Reserved 2000-2010 Wo2.nl