|
|
|
|

|
|
Hoofdpagina
|
|
Raad van Verzet in het Koninkrijk der Nederlanden (RVV) |
|
|
|
De Raad van Verzet in het Koninkrijk der Nederlanden (RVV) was een koepel voor de diverse verzetsorganisaties; een functie die nooit echt tot stand kwam. Het merendeel van de verzetsorganisaties wilde niet samenwerken met de RVV wegens de communistische invloeden. Men vertrouwde de communisten vaak net zo min als men de Duitsers vertrouwde. De iniatiefnemer van de RVV was de heer J. Thijsen een PTT-ambtenaar en radiotechnicus. Al voor de oorlog had hij ervaring opgedaan met het opsporen van clandestiene zenders, iets waar de Duitsers mee doorgingen om verzetszenders op te sporen. Hij begreep dat een landelijk radiografisch netwerk van groot belang was en zocht contact met de OD. Het landelijk verbindingsnet kwam grotendeels nog in 1942 klaar. De OD was echter niet van plan dezelfde weg te volgen als Thijsen voor ogen had; de OD wilde de zenders voornamelijk zelf gebruiken. Thijsen vond de OD veel te passief en vond dat ze sabotage moesten ondersteunen met hun netwerk en contact moesten leggen met de Geallieerden. Doordat communistische verzetsgroepen zich halverwege 1943 aansloten bij de RVV en doordat de illegale krant van de communisten, de Waarheid, zich steeds meer met de RVV ging indentificeren, kreeg de organisatie de naam communistisch te zijn. Ten onrechte overigens. De RVV kreeg contact met de Persoonsbewijscentrale (PBC) van de heer Gerrit jan van der Veen waarmee ook het kunstenaarsverzet meteen vertegenwoordigd was. En ondanks het stempel die de RVV droeg, slaagde het er in 1943 in om een vaste en vooraanstaande positie in het Nederlandse verzet te verwerven.
De RVV legde in hun "programma" vooral de nadruk op de actieve verzetsstrijd, met name het plegen van sabotage, infiltreren. en ook het plegen en voorbereiden van overvallen en het liquideren van verraders en infiltranten. De radiodienst die Thijsen aangelegd had was van groot belang voor de organisatie. Ook hechte Thijsen, terecht overigens, veel belang aan goede verbindingen met "Engeland". Als je in Londen bij de regering bekend was kon je in bezet gebied veel macht en invloed laten gelden. Door het Englandspiel was het de eerste oorlogsjaren echter moeilijk om contact te krijgen. Ondertussen boterde het niet tussen de chef van de Radiodienst van de OD, Thijsen, en de leider van de OD, Six. In december 1943 maakte Six een einde aan deze situatie en ontsloeg Thijsen als hoofd van de radiodienst van de OD. Een vriend van Thijsen, de heer Ausems was toen juist naar Engeland vertrokken om een goede verbinding tot stand te kunnen brengen en een beeld over de RVV te schetsen. In maart 1944 werd hij als geheimagent gedropt in Nederland. In april vonden Thijsen en Ausems elkaar en kon er een verbinding Bureau Inlichtingen (B.I.) worden gerealiseerd, dat in Londen was gevestigd. In Londen bestonden toch twijfels over de RVV, met name activiteiten die soms onbezonnen leken, en natuurlijk de invloed van de communisten binnen de groep. Er werd besloten twee geheimagenten te droppen die moesten uitmaken met welke organisatie de regering in zaken zou gaan, en dus bevoorrading van sabotagemateriaal en wapens zou ontvangen. Er werd echter toch besloten om beide organisaties te voorzien in hun behoeften. In juli 1944 kwamen de landelijk leiders van de RVV en de leiders van RVV-Zuid bij elkaar op het Groot Kasteel van Deurne. Daar stelde de leider van de RVV, Thijssen, voor om RVV-afdelingen om te zetten in sabotagegroepen die een guerrillaoorlog tegen de Duitse bezetter moesten voeren. Geheimagent Mulholland had Thijsen een sabotageprogamma ter beschikking gesteld dat opgesteld was door het geallieerde oppercommando. Vanzelfsprekend wilde Thijsen vanuit zijn Operatie Centrum leiding geven aan de uitvoering hiervan. De sabotagehandelingen die Thijsen op 3 september 1944 stuurde naar zijn districtcommandanten waren bedoeld om de tegenstand van de Duitsers bij de Geallieerde operatie Market Garden zo klein mogelijk te maken. Het probleem was alleen dat ook de LKP een sabotagecommando had, en dat deze niet met de RVV samenwerkte. Dit zorgde voor veel problemen totdat de commandant van de net opgerichte NBS de commandanten van de OD, RVV en de LKP tot overleg maande in het zogenaamde Delta-overleg. De RVV en de LKP waren alleen niet bereid hieraan mee te doen totdat ze de toezegging kregen dat de OD geen wapenzendingen kreeg. Het bleef echter niet goed lopen tot op 8 november 1944 Thijsen, en later op 28 november de heer Van Bijnen in Duitse handen vielen. Hun taken in het delta-overleg werden door anderen overgenomen. Er word vaak over de RVV gezegd dat het helden van het laatste uur waren - afgezien de grote aanmeldingen na de bevrijding voor de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) - want eigenlijk ontplooiden ze pas vanaf september 1944 hun verzetsdaden. |
|
|
|